Overzicht technische mogelijkheden rond bodem- en gewasmetingen

‘Overzicht technische mogelijkheden rond bodem- en gewasmetingen’ is gepubliceerd op www.agriholland.nl op 11 december 2009 met als bron HLB op 9 december 2009.

HLB is op verschillende manieren betrokken bij onderzoek rond precisielandbouw. Het onderzoeks- en adviesbureau heeft onlangs een inventarisatie uitgevoerd van de technische mogelijkheden rond bodem- en gewasmetingen. In het rapport ‘Sensingsystemen voor bodem en gewas ten behoeve van precisielandbouw’ wordt een overzicht gegeven van de diverse systemen die de bodemvruchtbaarheid en de gewastoestand plaatsspecifiek in kaart kunnen brengen.

De beschikbare systemen worden met elkaar vergeleken en er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste kenmerken. Beoordeling van de praktische bruikbaarheid, de kosten, de wetenschappelijke basis en nauwkeurigheid van de systemen komen daarbij aan bod.

Momenteel is een vervolgonderzoek gaande, waarbij de genoemde systemen worden betrokken op het uitvoeren van precisiebemesting. Oriënterend veldonderzoek is uitgevoerd in 2008. Gedegen veldonderzoek heeft plaatsgevonden in 2009 en krijgt een vervolg in 2010.

Het rapport Sensingsystemen voor bodem en gewas ten behoeve van precisielandbouw – Overzicht van beschikbare producten is te vinden op de site van HLB.

11 December 2009
By on 15:12
Cumela Nederland bepleit uniformiteit bij GPS-systemen

‘Cumela Nederland bepleit uniformiteit bij GPS-systemen’ is op 22 oktober 2009 gepubliceerd op www.agriholland.nl met als bron Cumela Nederland, 22 oktober 2009.

Loonwerkersorganisatie Cumela Nederland wil zo snel mogelijk naar uniformiteit bij GPS-systemen en machineaansturing voor de landbouw-, bouw- en GWW-sector. Momenteel zijn de GPS-correctiesignalen nog niet storingsvrij, niet gratis en niet universeel. De brancheorganisatie wil tijdens de vakbeurs Agritechnica 2009 in Hannover samen met haar Europese collega-brancheverenigingen een actie starten om een eind te maken aan de wildgroei op gebied van GPS-RTK systemen en de problemen die dat met zich meebrengt voor individuele gebruikers.

Agrarische loonbedrijven die GPS-correctiesignalen gebruiken ondervinden veel hinder door storingen. Ook de compatibiliteit van apparatuur van verschillende fabrikanten laat te wensen over. Zo kun je op bepaalde tractoren nog uitsluitend met aanbouwapparatuur van dezelfde of ‘bevriende’ leveranciers werken. Voor agrarische loonbedrijven die een veelheid aan soorten en merken in huis moeten hebben is dat een ongewenste situatie. Zij zijn nu gedwongen te investeren in diverse merken of worden beperkt in hun machinekeuze.

In Nederland wordt door LTO, Bouwend Nederland, COM en Cumela Nederland al langer overleg gevoerd met overheden en aanbieders om te komen tot uniformiteit in GPS-systemen en één landelijk dekkend netwerk. De problemen zullen zich op korte termijn ook in de ons omringende landen aandienen en vragen om maatregelen van de overheid en industrie. Daarom wil Cumela tijdens de vakbeurs in Hannover het internationale overleg over de kwestie startenin de hoop om tot een gezamenlijke boodschap naar de fabrikanten en leveranciers van GPS-systemen te komen.

23 October 2009
By on 13:42
Gebruik GPS verbetert rendement landbouw

‘Gebruik GPS verbetert rendement landbouw’ is gepubliceerd in ledenmagazine Dichterbij van Rabobank Noord-Groningen (3-2009). Tekstschrijver Folkert van der Glas, Fotograaf Gerhard Lugard.

Op de vierkante meter nauwkeurig landbouw bedrijven. Met werktuigen die worden aangestuurd door een satelliet. Nog even, en de sector kan niet meer om precisielandbouw heen. ‘Een gewas krijgt exact wat het nodig heeft.’

Het Noord-Groninger landschap en het telen van pootaardappelen gaan traditioneel uitstekend samen. De vruchtbare zeeklei bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat het bodemvocht lang wordt vastgehouden. Precies wat de planten nodig hebben om goed te groeien. De koele zeewind zorgt er op zijn beurt voor dat de opkomst van bladluizen aanzienlijk wordt vertraagd. Niet zomaar heeft het Gronings pootgoed in de loop der jaren een vooraanstaande concurrentiepositie verworven. Dat willen we natuurlijk graag zo houden. En dus moeten we meegaan met nieuwe ontwikkelingen in de landbouw. Vanuit die achtergrond is een achttal bedrijven van Hogelandster akkerbouwers in 2005 gestart met proeven met precisielandbouw. Hiermee wordt geanticipeerd op een ontwikkeling die een aantal jaren geleden is overgewaaid uit de Verenigde Staten. Maar wat houdt precisielandbouw nu exact in? En wat zijn de voordelen voor de akkerbouwers? Om daar achter te komen gingen we op bezoek bij Mark-Jan Klijn, één van de deelnemers aan het precisielandbouwproject in het Hogeland. Samen broer William is hij eigenaar van Maatschap Klijn uit Uithuizermeeden, het bedrijf dat beiden onlangs van hun ouders overnamen. Jaarlijks worden op dit bedijf pootaardappelen, wortelen, uien, suikerbieten, brouwgerst en wintertarwe verbouwd.

Variëren en doseren
‘Precisielandbouw is het op de plek nauwkeurig landbouw bedrijven’, vertelt Mark-Jan. ‘Dat gebeurt met de inzet van GPS gestuurde technieken, vergelijkbaar met een TomTom. In combinatie met speciale computerprogramma’s maakt het gebruik van GPS, apparatuur voor positiebepaling via satellieten, het mogelijk om bewerkingen en handelingen op het land volledig geautomatiseerd te variëren en te doseren.’ Het project  “Precisielandbouw Hogeland” is een initiatief van The Soil Company uit Groningen, een leverancier van ruimtelijke bodeminformatie. Het bedrijf ontwikkelt bodemkaarten waarop de exacte bodemsamenstelling in een gebied wordt weergegeven. Op basis van de informatie op een bodemkaart worden onder meer werktuigen van akkerbouwers via GPS aangestuurd. ‘Met precisielandbouw kun je onder meer de dosering bij bemesting met kunstmest, de pootafstanden en de spuitdoseringen zo goed mogelijk afstemmen op de bodemgesteldheid’, legt Mark-Jan uit. ‘Vrijwel op de vierkante meter nauwkeurig. Via de gegevens van een satelliet weet een landbouwwerktuig precies waar hij zich op dat moment bevindt. Een specifiek gewas of grondsoort krijgt daarmee op elke plek precies de behandeling die nodig is. En dat maakt precisielandbouw natuurlijk buitengewoon aantrekkelijk. Zeker in het Groningse zeekleigebied, waar de bodem doorgaans zeer wisselend is samengesteld.’

Drie thema’s
Tijdens het project waren de deelnemende akkerbouwbedrijven verenigd in de Stichting Precisielandbouw “Het Hogeland”. De proeven werden mede mogelijk gemaakt door de provincie Groningen, SNN Leader, Rabobank Noord- Groningen, Waterschap Noorderzijlvest, AcconAVM, Unive en LTO Noord. Hoewel het project enige maanden geleden is geëindigd, zet de stichting haar activiteiten onverminderd voort. Het hoofddoel van de stichting is, zoals staat samengevat in het projectvoorstel: “Het verbeteren van het financiële rendement van de Noord-Groningse akkerbouwbedrijven met als hoofdgewas pootaardappelen door gebruik te maken van precisielandbouwtechnieken in plaats van homogene handelingen.” De achterliggende periode hebben de experimenten zich beperkt tot een drietal hoofdthema’s. Het recht rijden, het zogeheten Parallel Tracking, de grondbewerking op basis van een bodemkaart en het variabel spuiten, kunstmest strooien en poten, eveneens aan de hand van een bodemkaart. Mark-Jan Klijn blikt tevreden terug. ‘Het was zonder meer een waardevolle ervaring. Precisielandbouw, en alles wat daarmee samenhangt, is de techniek van de toekomst. Een techniek die zich vanzelfsprekend steeds verder gaat ontwikkelen. Hier op het Hogeland hebben we er al in een vroeg stadium kennis mee mogen maken. Met dank aan de stichting. Ik denk dat we hier allemaal ons voordeel mee gaan doen.’

Rendementverbeteringen
Eén ding is zeker: precisielandbouw gaat in de toekomst een prominente plaats veroveren in de mondiale landbouw. Ook in Noord-Groningen kunnen we er straks niet meer omheen. Daarvoor zijn de voordelen eenvoudigweg te groot. Hoewel uit de ervaringen tijdens het project is gebleken dat de software nog verder ontwikkeld en geperfectioneerd kan worden, draagt precisielandbouw alles in zich om interessante rendementverbeteringen te realiseren. Zo levert een daling van de inzet van onder meer meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en poot- en zaaigoed naar verwachting een besparing op van tussen de 5 en 25%. Daarnaast wordt de opbrengstverbetering, een verbetering van het eindproduct, geschat tussen de 5 en 10% en de verhoging van kwantiteit tussen de 2.5 en 5%. Om nog maar niet te spreken over het positieve effect op de milieubelasting die het verlagen van middelen aan meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen met zich meebrengt.

Variabel poten
Laten we één thema uit het precisielandbouwproject eens nader onder de loep nemen: variabel poten met behulp van GPS. Na vier jaar veldproeven concludeert The Soil Company ,op basis van een zorgvuldige analyse, dat variabel poten absoluut zorgt voor een verbetering van de opbrengst en de sortering. De gemiddelde meeropbrengst bedraagt tussen de € 241 en € 291 per hectare. Ook Mark-Jan heeft tijdens het project goede ervaringen opgedaan met variabel poten. ‘Op lichte grond groeit een aardappel gemakkelijker dan op zware grond’, vertelt hij. ‘Dat betekent dat je op zware grond meer knollen per hectare nodig hebt. Op lichte grond poot je de aardappelen weer iets verder uit elkaar. Via de gegevens van de bodemkaart kun je exact zien hoe de bodemgesteldheid op specifieke plekken is. Door variabel te poten kun je sturen op pootafstand, op variaties van de grond. Met als doel om meer knollen per vierkante meter te krijgen. Normaal gesproken leg je gemiddeld om de 16 cm een aardappel neer. Nu, met de nieuwe technieken, ga je daarin variëren. Je legt op zware grond bijvoorbeeld 10% meer aardappelen neer. In de kern komt het erop neer dat je met precisielandbouw minder rendabele grond rendabel maakt. Met een hogere financiële opbrengst als logisch resultaat. Precisielandbouw kan ons dan ook veel brengen. De techniek ontwikkelt zich goed en wordt bovendien steeds gebruiksvriendelijker.’

Rechtrij-systeem
Naast variabel poten heeft Mark-Jan zich de afgelopen periode tevens intensief beziggehouden met grondbewerking en kunstmeststrooien op basis van GPS. En ook dat is hem bijzonder goed bevallen. ‘Voor het strooien van kunstmest geldt hetzelfde principe als voor variabel poten. Alleen richt je je dan meer op het besparen van middelen, Op de ene plek strooi je bijvoorbeeld 10 kilo kunstmest meer en 100 meter verderop 10 kilo minder. Dat doseren gaat geheel automatisch, ook nu weer gebaseerd op de gegevens van de bodemkaart. Vooral het gebruik van Parallel Tracking, het recht rijden, geeft enorme voordelen. Eén druk op knop en het stuur wordt als het ware overgenomen. Alles gaat op de centimeter nauwkeurig. Vroeger zat je soms wel 14 uur op een dag te turen en je stuur vast te houden. Regelmatig moest je achterom kijken om de positie van je werktuig te controleren. Dat is niet meer nodig. We hebben als Maatschap Klijn inmiddels dan ook zelf zo’n rechtrij-systeem aangeschaft. Tijdens zowel het strooien van kunstmest, het zaaien en natuurlijk het poten staat het tenslotte garant voor een enorm gebruiksgemak. En dat is in onze sector heel veel waard. Ongelooflijk eigenlijk hoe de technische mogelijkheden doordenderen. Als ik 10 jaar geleden tegen mijn opa had gezegd dat we in 2009 plaatspecifiek, aangestuurd door een satelliet, op de centimeter nauwkeurig aardappels kunnen poten, dan had hij mij zeker voor gek verklaard.’

Naamloos1

1 October 2009
By on 09:17
Satelliet en sensor verschillen

‘Satelliet en sensor verschillen’ is verschenen in Boerderij 94 – no. 50, pag 27 in de rubriek ‘Ruimteblik op het gewas’ op 15 september 2009.

De aardappelen van Detmer Wage zijn de laatste tijd flink op hun retour gegaan, door een combinatie van droog en heet weer: sinds half augustus, toen het al droog was, viel bij Wage zo’n 25 millimeter regen. Mede daarom wordt waarschijnlijk de eerste helft van het perceel volgende week al gerooid. De rest zal in oktober volgen, zoals de oorspronkelijke planning was.

Vooral op het zuidelijke deel van het perceel zijn de aardappelen helemaal afgestorven. Daar is het gehalte aan organische stof fors lager (figuur 4) en is het perceel 2 à 3 meter hoger dan aan de noordkant, waar nog enige activiteit in het gewas is. Een proefrooiing heeft Wage nog niet gedaan, maar grootse opbrengsten verwacht hij niet: “Wat ik hier in de buurt hoor, is het erg moeilijk om boven de 45 ton per hectare te komen. Wel zijn de onderwatergewichten hoog, vaak boven de 500 gram. Dus dat kan nog een plusje op de prijs geven.”

Op het perceel van Wage worden zowel beelden met de satelliet (Cropview, figuur 1) als met een sensor op de spuit (GreenSeeker, figuur 2 en 3) genomen om de variatie in het gewas waar te nemen. Wat opvalt na een analyse door Petra van Vliet van Blgg, is dat er geen duidelijk verband is tussen de metingen van Cropview (27 juli, figuur 1) en GreenSeeker (29 juli, figuur 2). De biomassa-index van Cropview varieert van 0,15 tot 0,25, de NDVI-GreenSeeker van 0,40 tot 0,88.

Figuur 1 en 2 vertonen in het noordelijke deel van het perceel hetzelfde beeld, maar dit gaat niet op voor het zuidelijke deel. De GreenSeeker meet niet het hele perceel, zoals Cropview, maar alleen langs rijbanen. Hierdoor kan de GreenSeeker in theorie bepaalde afwijkingen in gewasstand missen. Wage is na 29 juli nog een paar keer met zijn GreenSeeker over zijn perceel gereden. Opvallend is dat de NDVI van 29 juli naar 9 augustus nog iets toeneemt. Maar op 21 augustus (figuur 3) is de gemiddelde NDVI al lager dan op 29 juli: het gewas sterft af.

Project PA
Om op grote schaal plaatsspecifiek te bemesten, moeten de bodemvruchtbaarheid en de aanwezige variatie in een perceel in kaart worden gebracht. De variatie in een perceel is in beeld te brengen met systemen die óf de variatie in de bodem in kaart brengen, óf de variatie in het gewas. In het project Precisiebemesting vergelijken HLB en Blgg in opdracht van Productschap Akkerbouw (PA) deze systemen op enkele praktijkpercelen. Wage draait mee in dit onderzoek.

Wage_2009

17 September 2009
By on 08:23
PPO meldt doorbraak in herkennen tekorten specifieke mineralen

‘PPO meldt doorbraak in herkennen tekorten specifieke mineralen’ van PPO – Wageningen UR is op 20 augustus gepubliceerd op www.agriholland.nl

Uit de eerste resultaten van een proef met sensortechnologie op PPO-locatie Marwijksoord lijkt het mogelijk stikstoftekort in een plant te onderscheiden van fosfaat- of kalitekort. Groeiverschillen door een mineralentekort kon al wel eerder met sensortechnologie in beeld worden gebracht, het was echter niet mogelijk dit toe te schrijven aan een specifiek mineraal. Nu lukt dat dus wel.

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) heeft het afgelopen jaar onderzoek verricht op een gebreksziektenveld in Marwijksoord. Op dit veld is al meer dan 50 jaar achtereen niet bemest met stikstof, fosfaat of kali. Daarmee is het bij uitstek geschikt voor onderzoek naar de mogelijkheden om tekorten van verschillende mineralen te onderscheiden met behulp van sensortechnologie. Voor het onderzoek zijn diverse stroken aangelegd met aardappelen, suikerbieten en zomergerst. De eerste metingen laten zien dat er verschillen zijn in de ‘spectrale handtekening’ van het gewas tussen de diverse stroken. Dit biedt houvast om beter de oorzaak van verschillen in groei zichtbaar te maken.

Met de nieuw opgedane kennis moet het mogelijk zijn binnen afzienbare tijd betrouwbare en degelijke ijklijnen te maken. Met deze ijklijnen is het mogelijk informatie uit satellietbeelden of gewassensoren te vertalen in adviezen voor bijbemestingen in de belangrijkste akkerbouwgewassen. PPO wil graag met geïnteresseerde partijen samenwerken om dit belangrijke onderzoek verder uit te voeren.

1 September 2009
By on 10:58
Marktpartijen houden openbaar RTK-GPS netwerk tegen

‘Marktpartijen houden openbaar RTK-GPS netwerk tegen’ van H-WodKa is op 20 augustus gepubliceerd op www.agriholland.nl

Er zijn in Nederland verschillende aanbieders van netwerk-RTK (Real Time Kinetics) oplossingen. Zo hebben het Kadaster en Rijkswaterstaat gezamenlijk het NETPOS netwerk, wat uitsluitend gebruikt kan worden voor opdrachten van de overheid. In Nederland is het privaat gebruik van NETPOS op dit moment uitgesloten onder druk van de marktpartijen die daarmee hun eigen positie beschermen. Dat is één van de conclusies uit het rapport ‘Akkerbouw in Groen en Blauw 1e fase’ van de Stichting Hoeksche Waard op de Kaart (H-WodKa).

De ons omringende landen wordt anders omgegaan met het RTK-GPS netwerk. In België is het door de overheid met publieke middelen opgezette netwerk gratis ter beschikking van iedereen. Men moet alleen zelf de communicatiekosten dragen. In Groot Brittannië is het netwerk van de Ordnance Survey ook voor iedereen ontsloten, zij het via een aantal commerciële partners. Maar de Ordnance Survey onderhoudt het netwerk en garandeert de kwaliteit. In Oost Europa zijn vele landen bezig een open RTK referentienetwerk op te bouwen. Ook hiervoor geldt dat in de meeste gevallen het signaal gratis is, maar voor de datacommunicatie als dienst betaald moet worden.

Het voordeel van een door de overheid beheerd systeem is dat het via de infrastructuur de basis kan leggen voor dienstverlening, hetgeen nu allemaal via de commerciële dienstverleners moet. Deze commerciële dienstverleners hebben een lock-in doordat ze netwerkbeheerder en dienstverlener zijn. Dit zet een rem op de innovatie en gebruiksmogelijkheden.

De opzetkosten van een eigen RTK netwerk oplossing zijn overzichtelijk. Voor heel Nederland wordt dat geschat op € 1.000.000,- initieel. Het lijkt daarmee ondenkbaar dat het netwerk de commerciële basis voor dienstverleners blijft. Er zal eerder nog meer concurrentie ontstaan door nog meer aanbieders. Uiteindelijk zal de infrastructuur niet de waarde bepalen maar de diensten die men aanbiedt. Op dit moment leidt de marktontwikkeling alleen maar tot verwarring bij boeren en andere gebruikers. Het tegenhouden van een openbaar landsdekkend netwerk is daarmee dus een tijdelijke marktbeschermingsconstructie die ondertussen de innovatie en de verspreiding van de diensten onder grotere gebruikersgroepen verhinderd.

Het rapport ‘Akkerbouw in Groen en Blauw 1e fase’ is te vinden op de website van de organisatie H-Wodka. (http://www.hwodka.nl/downloads/Hwodka_Eindverslag.pdf)


By on 10:56
Satelliet voorspelt goede tarwe opbrengst voor Europa in 2009

"Satelliet voorspelt goede tarwe opbrengst voor Europa in 2009" is op 22 juli 2009 gepubliceerd op www.agriholland.nl met als bron EARS, www.ears.nl.

Het bedrijf EARS in Delft heeft zijn eerste FAST tarwe opbrengstvoorspelling voor het groeiseizoen 2009 gemaakt. De omstandigheden zijn gunstig in West Europa. De voorspelde tarweopbrengst in de EU-5 ligt naar verwachting 14% boven het vijfjarig gemiddelde. De verwachting voor de EU-15 en de EU-27 is respectievelijk 5% en 3% hoger.

FAST staat voor "Food Assessment by Satellite Technology". Uurlijkse visuele en thermisch infrarood Meteosat beelden worden verwerkt tot dagelijkse datavelden van de temperatuur, straling en actuele verdamping. Met deze gegevens wordt een gewasgroeimodel gevoed, dat loopt vanaf het begin van het groeiseizoen tot aan de datum van de voorspelling. Dezelfde bewerking werd ook gedaan voor de voorafgaande 5 jaren.

EARS maakt ook voorspellingen van de aardappelopbrengst in Europa. Alle voorspellingen beginnen in de eerste helft van Juli en worden elke 10 dagen vernieuwd.

27 July 2009
By on 08:12
Precisielandbouw trend in agrotechnologie

"Precisielandbouw trend in agrotechnologie" is op 9 juli 2009 gepubliceerd op de website van Wageningen Universiteit en Research Centrum, www.wur.nl

De behoefte om steeds preciezer te werken in de akkerbouw, bij bijvoorbeeld het zaaien, wieden of  bespuiten, wordt steeds groter. De inzet van robotica is een van dé trends daarbij. Dat bleek alleen al uit de grote belangstelling deze week in Wageningen voor een grote conferentie op dit terrein, die samen met het internationale Field Robot Event en demonstraties in het kader van het Europese FutureFarm project werden gehouden.

Tijdens de JIAC2009 (Joint International Agriculture Conference) hielden 500 deelnemers uit meer dan 40 landen, afkomstig uit de wetenschap en de agrarische praktijk zich bezig met de huidige stand van zaken en de toekomst van precisielandbouw. Aan het Field Robot Event deden 16 teams – meest studenten – uit zes  verschillende landen mee. De competitie tussen de teams resulteerde in een top drie, bestaande uit Eyesonic (Nl), Helios (Dk) en Easywheels (Fin). Tijdens de ‘prototype robotic systems’ demonstratie in het kader van het FutureFarm project lieten acht robots uit Denemarken, UK en Nederland zien dat zij autononoom landbouwkundige bewerkingen kunnen uitvoeren zoals als maaien, schoffelen, ridderzuring bestrijden en  spuiten op een specifieke plaats. Zij deden dat op speciaal geprepareerde terreinen op de Wageningen Campus.

10 July 2009
By on 12:59
GPS in de akkerbouw op het Hogeland: stageverslag

In 2008 heeft Jurjen Oosterhuis als onderdeel van zijn opleiding aan Van Hall-Larenstein, Leeuwarden onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en voordelen van toepassing van GPS technologie in de akkerbouw in Noord-Groningen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Stichting Precisielandbouw Het Hogeland. Jurjen is begeleid door Van Hall Larenstein, Weisterklap Advies en The Soil Company.

De samenvatting van zijn stageverslag staat hieronder weergegeven, het volledige verslag is hier te downloaden.

Samenvatting verslag:

Het project “Precisielandbouw Het Hogeland” is in 2005 ontstaan, toen een groep akkerbouwers in Noord-Groningen aan de slag wilde met GPS technieken en precisielandbouw. Deze akkerbouwers hebben zich verenigd in Stichting Precisielandbouw het Hogeland (SPH). Het doel van de stichting is het verbeteren van het financiële rendement van de Noord-Groningse akkerbouwbedrijven. Dit willen zij bereiken met behulp van GPS techniek. In eerste instantie gaat het daarbij om rechtrijden en het op het juiste moment in- en uit het werk zetten van machines.

De vier belangrijkste teelten die in Groningen voorkomen zijn pootaardappelen, suikerbieten, zaaiuien en wintertarwe. De belangrijkste teelt hiervan is voor de meeste akkerbouwbedrijven de pootaardappelteelt. Van deze teelten zijn alle werkzaamheden in kaart gebracht die in het veld met een machine gebeuren. Dit om te kijken welke afstellingen er nodig zijn, en welke daarvan eventueel door GPS zouden kunnen worden vervangen.

De teelt begint veelal met ploegen. Daarna zal er gezaaid of kunstmest gestrooid worden. Daarna worden nog enkele gewasverzorgingen uitgevoerd met daarop volgend het oogsten. De grootste besparingen zijn terug te vinden in het spuiten en kunstmeststrooien voor alle vier gewassen. Dit levert niet alleen een financiële besparing op, maar is ook goed voor het milieu. Door de spuit en de kunstmeststrooier door GPS te laten aansturen is het theoretisch mogelijk om 5% gewasbeschermingsmiddel en kunstmest te besparen in een teelt. Verder is er in de pootaardappelteelt veel te besparen door de ruggen parallel te frezen. Hierdoor gaat men efficiënter met het perceel om, waardoor er meer ruggen op een perceel passen. Volgens berekeningen levert dit € 148,50 per hectare op. Met GPS kan iedereen rechte rijen frezen. Een ander groot voordeel van GPS is dat het geschikt is voor hoogtemetingen. Daarmee kunnen laagtes in een perceel in kaart worden gebracht, waarna er precies op de juiste plek een greppel gefreesd kan worden. Berekend is dat dit in de pootaardappelteelt € 99,- per hectare kan besparen, doordat het ontstaan van natte plekken en schade door rot worden voorkomen.

Vervolgens is een berekening gemaakt voor een voorbeeldbedrijf in Noord-Groningen. Voor dit voorbeeldbedrijf zijn de kosten en baten van het gebruik van GPS techniek naast elkaar gezet. In deze voorbeeldsituatie (prijspeil 2008) kon de investering in 5 à 6 jaar worden terugverdiend. Daarbij zijn eventuele fiscale voordelen buiten beschouwing gelaten.

Een praktisch punt dat tijdens deze stage naar voren kwam, was dat het bij investeringen in GPS techniek van groot belang is om te controleren of de werktuigen en de gekozen GPS besturing met elkaar kunnen communiceren. Op dit gebied bleek de techniek niet altijd voldoende te zijn uitontwikkeld, zodat sommige toepassingen (nog) niet haalbaar waren.

29 June 2009
By on 09:51
Sensoren meten de invloed van grondbewerking op waterhuishouding

‘Sensoren meten de invloed van grondbewerking op waterhuishouding’ is gepubliceerd op 4 juni 2009 op www.agriholland.nl met als bron Dacom, 03/06/09

Op 27 mei is het project ‘Kennis boven de grond met sensortechnologie’ officieel van start gegaan. De doelstelling van het project is om de mogelijkheden van sensortechnologie in relatie tot verschillende grondbewerkingsmethoden aan de praktijk te presenteren. In een proefveld met verschillende grondbewerkingmethoden in Zeijen zijn bodemvochtsensoren geïnstalleerd die op verschillende dieptes de wateronttrekking van de aardappelplant meet. Via software van Dacom wordt inzichtelijk wat het effect is van de verschillende methoden op de waterhuishouding.

Naast de grondbewerkingsdemo zijn twee studiegroepen opgericht. Per studiegroep krijgen twee telers een bodemvochtsensor in hun eigen perceel. Op basis hiervan kan men praktijk ervaring opdoen met deze vorm van sensortechniek. DLV Plant begeleidt de beide studiegroepen.

Binnen het project wordt nauw samengewerkt met studenten van het Hanze Institute of Technology. Zij brengen hun kennis en ervaring over sensortechnologie in en leren over de mogelijkheden van sensortechnologie in de agri-sector. Het project wordt gestimuleerd door de Provincie Drenthe en gefinancieerd vanuit het ILG-Fonds en door de projectpartners.

5 June 2009
By on 13:57